trouw
voorpagina  zoek in het archief Suggesties
zorg &
gezondheid
opvoeding &
onderwijs
religie &
filosofie
natuur &
milieu
nieuws &
achtergronden
(advertentie)

(advertentie)

Zoek in naar in de afgelopen
Zoek in Trouw Help & Zoektips
 Op de site  In de krant    
 Artikel nummer 5 - 6 - 7 - 8 - 9
 < Terug naar de resultatenlijst
Powered by t·find

De verdieping, woensdag 26 februari 2003

Omhels de dader

Hans Marijnissen

Op veel misdrijven volgt spijt. Maar wat de dader aan schuldgevoelens heeft verdwijnt snel. Door de advocaat die hem verdedigt, door de gevangenis die hem bewaart, door de sociaal-wetenschapper die hem bestudeert. Maar die schuldgevoelens kan ook een nuttige uitweg worden geboden, in een confrontatie van dader en slachtoffer. Experimenten in 'echt recht'.

Het is een wat wonderlijk gezelschap dat hier bij elkaar zit in de grote vergaderzaal van de justitiële jeugdinrichting Eikenstein in Zeist. Er zijn twee cirkels van stoelen klaargezet. In de buitenste zitten de toeschouwers: twee mensen van de Kinderbescherming, een voogd en wat personeel van de instelling. In de binnenste cirkel een jonge dader en een bejaard slachtoffer. De dader heeft zijn ouders, oma en mentor meegenomen. Het slachtoffer haar twee dochters.

Het jochie, dat de dame een paar maanden geleden heeft bedreigd met een mes, heeft vóór zijn strafproces ingestemd met deze confrontatie. Hij heeft erkend dat hij fout zat, en wil zijn excuus aanbieden. In eerste instantie lijken de spijtbetuigingen weinig oprecht. Hij maakt een onverschillige indruk en de ontmoeting gaat wat langs hem heen.

Dat verandert als hij wordt geconfronteerd met het verhaal van de oude dame en haar dochters, het verdriet van zijn eigen vader en de heftige emoties van zijn moeder die in de middencirkel in tranen uitbarst en roept: ,,Kijk nou es wat je die aardige mevrouw hebt aangedaan!''

De jongen trekt wit weg. En terwijl anderen verder spreken, staat hij plotseling op, onderbreekt de lopende zinnen en stapt op het slachtoffer af. ,,Mevrouw, mag ik u een hand geven? Ik heb er zo'n spijt van.''

Iedereen is ervan overtuigd dat dit onhandige 'sorry' recht uit zijn hart komt. Zijn familie biedt nog aan de bejaarde vrouw een schadevergoeding te betalen, maar die wil daar niets van weten. ,,Ik zit hier niet om het geld'', zegt ze. ,,Ik wil alleen maar dat het goed komt met die jongen.''

De samenkomst van de wereld van de dader en die van het slachtoffer lijkt op een utopische fantasie, maar niets is minder waar. Er wordt op dit moment in zeven projecten door heel Nederland mee geëxperimenteerd, en alle partijen zijn enthousiast.

Onder de noemer 'herstelrecht' worden dader en slachtoffer op basis van vrijwilligheid met elkaar in contact gebracht, in een ontmoeting die losstaat van de strafzaak. Die bijeenkomst van schaamte en excuses mondt vaak uit in een herstelplan, een taak die de dader in overleg met het slachtoffer op zich zal nemen.

Jeannet Jansen begeleidde de bijeenkomst op Eikenstein en wil op basis van haar ervaringen en onderzoek binnenkort afstuderen aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Haar scriptie moet een pleidooi worden voor de herwaardering van schuld en schaamte.

Jansen kwam op dat thema toen ze in het kader van een eerdere stage - als geestelijk raadsvrouw in spe - maanden onder de gedetineerden in het Huis van Bewaring in Nieuwegein verbleef. Ze schrok van het klimaat binnen de muren. Niet zozeer van het leven achter tralies, of van de delicten die de gedetineerden op hun naam hadden - ze is wel wat gewend. Nee, ze keek op van het gebrek aan aandacht voor schuld- en schaamtegevoelens, waaronder met name gedetineerden gebukt gingen die voor de eerste keer vastzaten.

Gevoelens die al snel leken te verdwijnen. Binnen enkele maanden was er sprake van een zichtbare identiteitsverandering waarin de dader zich steeds meer als slachtoffer ging beschouwen van het systeem. Volgens Jansen moet er meer aandacht komen voor schuld en schaamte. ,,Het kunnen waardevolle emoties zijn, op weg naar resocialisatie van de dader, maar ook in de verwerking van het trauma door zijn slachtoffer.''

In haar tweede stage wilde Jansen de functie van schuld en schaamte nader onderzoeken. Ze zocht contact met Rob van Pagée, die het model van de Family Group Conferences naar Nederland heeft gehaald, waarin de omgeving van de dader (familie, buren, vrienden, leerkrachten) wordt ingeschakeld bij het zoeken naar oplossingen voor problemen. Van Pagée bewerkte de methode naar twee Nederlandse modellen. Het 'Eigen-krachtmodel' wordt toegepast in de jeugdhulpverlening, het 'Echt-rechtmodel' wordt gebruikt in het onderwijs en in justitiële settingen. De bijeenkomst op Eikenstein is een voorbeeld van dat 'Echt-rechtmodel'.

Het uitgangspunt voor een ontmoeting tussen dader en slachtoffer is dat beide partijen daar bewust voor kiezen én dat de dader erkent dat hij fout zat en daarvoor excuus wil aanbieden, zegt Jansen: ,,Daardoor valt een aantal daders af. Deze methode is echt alleen voor diegene die zijn vergrijp erkent. Het delict moet ook duidelijk zijn''.

,,Als er tijdens de ontmoeting verwijten worden gemaakt aan het adres van het slachtoffer, loopt deze nog meer schade op. Zaken waarbij de rollen van dader en slachtoffer wazig zijn, zoals bij een vechtpartij tussen jeugdbendes, komen daarom niet in aanmerking.''

De stap naar zo'n ontmoeting is groot, maar door die stap te zetten kan de dader zich als het ware bevrijden van zijn schuld- en schaamtegevoelens, zegt Jansen. Hij ziet wat hij heeft aangericht en kan zijn delict niet langer bagatelliseren of wegpraten, het slachtoffer zit immers tegenover hem. ,,Met zijn gang naar het slachtoffer zegt hij dat hij niet langer dader wil zijn, hij plaatst zich aan de goede kant, onder de geldende normen en moraal, en kan zo opnieuw beginnen. Zijn schuldbekentenis en schaamte bieden openingen.''

In een tweede sessie in de grote vergaderzaal van Eikenstein vormen twee meisjes het middelpunt. Ze zijn beiden een jaar of vijftien. De een heeft de ander zonder enige aanleiding van de fiets getrokken en een pak slaag verkocht. Het was voor de jonge dader het zoveelste delict.

Ze gaf eerst aan dat ze haar moeder niet bij het gesprek wilde hebben, maar zit nu hand in hand, dicht tegen haar aan, in de binnenkring. Daarnaast zitten haar oudere broer, een tante en haar mentor. Het slachtoffer heeft haar ouders en een zusje meegenomen.

Er volgen golven van boosheid, verontwaardiging en verdriet. En een reconstructie hoe zoiets kon gebeuren. Opeens ook begrip, en uiteindelijk excuses.

Ronja uit Amsterdam was het slachtoffer in deze zaak. Na de zomer kreeg ze een telefoontje of ze wilde meewerken aan een bijeenkomst met de dader. ,,Ik dacht eerst, voor mij hoeft dat niet. Oké, ze blijkt spijt te hebben, maar wat heb ik daar aan?'' Ze is uiteindelijk toch komen opdagen. ,,Ik kreeg de ingeving dat het voor de dader wel goed kon zijn. Ik kon helpen haar te laten realiseren dat het niet goed was wat ze deed.''

Ronja zegt bloednerveus te zijn geweest om na al die maanden het gezicht van haar dader opnieuw te zien. ,,Maar achteraf ben ook ik erg geholpen door die confrontatie. Ik hoef op straat niet meer rond te kijken of ik toevallig het gezicht zie dat mij heeft mishandeld. Ik heb mijn dader gesproken, het is nu voorbij.''

Ronja's moeder Anna had niet verwacht dat je in één gesprek tot vergeving komt. ,,Toch was dat zo. Ik was zeer geboeid door wat er in die kring gebeurde. De boosheid van mijn eigen dochter, de schaamte van het meisje aan de overkant, het verdriet van haar moeder.''

,,Die moeder richtte zich automatisch tot mij. Ze vertelde hoe de grond onder haar was weggevallen. Ik was gekwetst door wat er gebeurd was, maar kon ook met haar meevoelen. Ik werd er ook door opgebeurd. Zij was moeder van een zwak gezin, ik van een sterk.''

Anna vertelde aan het einde van de sessie dat ook zij zich schuldig had gevoeld. Omdat zij afwezig was, op het moment dat haar dochter gehavend thuiskwam. Het meisje dat de klappen heeft uitgedeeld is later bij een groepsleidster op die woorden teruggekomen. ,,Die mevrouw moet zo niet denken'', zei ze. ,,Ik ben degene die hier schuld heeft.''

,,Hier gebeuren twee dingen'', zegt Jansen. ,,De moeder wordt als ze dit terughoort geholpen bij haar schuldgevoel, en de dader laat door haar spontane reactie zien dat ze niet alleen excuus heeft aangeboden, maar dat ze zich daadwerkelijk verantwoordelijk voelt voor haar daad. Ze neemt, letterlijk, verantwoordelijkheid.''

Het is volgens Jansen een voorwaarde dat dader en slachtoffer zich laten vergezellen door naasten. ,,Bij een dader is door het gepleegde delict vaak de band met thuis verstoord. Het is goed dat hij daarmee wordt geconfronteerd. Ook is het heilzaam dat de familie op haar beurt ziet dat de dader daadwerkelijk spijt heeft. Dat schept mogelijkheden.''

Slachtoffers hebben naast het trauma dat zij overhouden aan de mishandeling of overval, ook de angstgevoelens dat het nog een keer gebeurt. Ze kunnen zelfs last hebben van schuldgevoelens, zegt Jansen. ,,Ze denken: misschien heb ik me ernaar gedragen, had ik dat raam maar niet open laten staan.'' Door verwanten naar de bijeenkomst mee te nemen, zien deze wat het delict met het slachtoffer heeft gedaan, én ze ervaren volgens Jansen dat de spijtbetuiging van de dader geen cérémonie protocolaire is, maar een begin van een afsluiting van wat ooit is gebeurd. Als zo'n spijtbetuiging zonder naaste getuigen zou plaatsvinden, zou de omgeving absoluut niet begrijpen wat er in dat onderonsje heeft plaatsgevonden.

Sinds 1999 hebben ongeveer honderd bijeenkomsten via het 'Echt-recht-model' plaatsgevonden. De 35 onderzochte ontmoetingen kregen van de deelnemers - daders én slachtoffers - gemiddeld het cijfer 7,9. Jansen wil bij haar afstuderen de aandacht vestigen op het belang van het morele appèl, zegt ze. Ze vindt het uiterst belangrijk dat daders via zulke confrontaties weer worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid. ,,De neutraal-ethische wetenschappelijke houding die, ook in de menswetenschappen, gangbaar is geworden, heeft ertoe geleid dat daders steeds minder als moreel subject worden benaderd. En verschaft die daders talloze argumenten waarmee zij zich kunnen onttrekken aan hun verantwoordelijkheden.'' De inbraak of de moord is niet hun schuld, maar werd veroorzaakt door hun opvoeding, hun werkloosheid, de moeilijke relatie met hun moeder . . .

Daar komt volgens Jansen nog eens bij dat in de huidige strafprocedure daders vertegenwoordigd worden door advocaten die proberen hun cliënt zo onschuldig mogelijk te doen overkomen, zodat de dader nog meer argumenten krijgt aangereikt waarmee hij zijn schuld- en schaamtegevoelens kan witwassen.

Is dat proces eenmaal achter de rug en moet de dader zijn straf uitzitten, dan komt hij terecht in een uiterst sober regime. Jansen citeert in dit verband de Australische criminoloog John Braithwaite, die stelt dat het Westen daders straft en vernedert zonder dat hen de gelegenheid wordt geboden zich te bevrijden van hun daderidentiteit. In plaats daarvan worden ze gestigmatiseerd en buitengesloten, waardoor herintegratie en resocialisatie bemoeilijkt worden.

Jansen vermoedt dat er bij daders een relatie bestaat tussen verdrongen schuld- en schaamtegevoelens en het ontwikkelen van denkfouten en vervormingen. Ze doelt daarbij op het aannemen van een slachtofferidentiteit, het neerleggen van de schuld bij anderen, het verkeerd benoemen en goedpraten van antisociaal en crimineel gedrag en het tonen van een vijandige houding vanuit een diep wantrouwen. Meer aandacht voor schuld- en schaamtegevoel kan dat verminderen, zegt Jansen.

Justitie heeft onlangs in een brief laten weten positief te staan ten opzichte van het herstelrecht, maar gewezen op de eigen verantwoordelijkheid van de rechter. De uitkomst van de ontmoeting mag slechts in het strafdossier worden gevoegd en geen effect hebben op het verloop van de zaak. Terecht, zegt Jansen, al sluit de onderzoekster niet uit dat een rechter zo'n ontmoeting positief kan waarderen.

Copyright: Trouw


Zoek verder op de voorpagina's van de afgelopen dagen:

vrijdag 14 maart
  'Ziekte of niet, m'n kippen leggen gewoon door'
donderdag 13 maart
  Premier moet het ontgelden
  Verslagenheid en stilte in de straten van Belgrado
  zoek gerelateerde artikelen
  print dit artikel